GW®Projecten

Paul van Ostaijen | Marc groet ’s morgen de dingen 

Kunsteducatie
Visie | Essay | Leren over kunst is leren over jezelf

Een vis met een pet en een pijp

Iedere ochtend met verwondering opstaan en de wereld groeten en je verbazen over dat wat je tegenkomt en ziet. Een tafel met daaraan een stoel die schuin naast de tafel staat, alsof iemand snel na het ontbijt is vertrokken om te gaan werken. Vervolgens droom je weg en bedenk je dat de vis in zijn kom een pet op heeft. Nee, een pet én een pijp! Dan zeg je de dingen liefdevol gedag. Het gedicht is geschreven door Paul van Ostaijen en stond op mijn geboortekaartje. Sindsdien is het ‘mijn’ gedicht en mijn persoonlijke aanzet tot mijn visie op kunsteducatie. 

Het gedicht laat mooi zien hoe de verwondering van Marc in de kleine dingen zit, dat hij observeert, communiceert en er een band ontstaat met de dingen die hij groet. Dat niet alleen, hij laat verbeelding toe ‘van de vis met de pet en de pijp’. Alles kan en is mogelijk door de ogen van Marc. Het gedicht heeft vorm en ritme, als je hardop leest voel je het ritme. Kijken, verwonderen, dialoog, vorm, verbeelding en ervaren, het zijn allemaal zaken die voor mij van belang zijn bij het kijken en ondergaan van kunst. 

Beelden zeggen meer dan 1000 woorden en die beelden zijn multi-interpretabel, waardoor een dialoog op gang kan komen. Het doel van kunsteducatie voor mij is het tot stand brengen van die dialoog, kunst communiceert en is daardoor uitermate geschikt om na te denken over de maatschappij en de wereld waarin wij leven en je eigen rol daarin. De vorm maakt niet uit, je kunt aan de hand van dans, muziek of een beeldend werk het gesprek aangaan. Het hoeft niet altijd de diepte in te gaan, vorm en ambacht kunnen ook een rol spelen. Hoe is iets gemaakt, waarom zijn die materialen gebruikt of juist niet? Maar ook hoe zelf om te gaan met materiaal, het bedenken van oplossingen en je onderzoekende vermogen aanspreken zijn daar allemaal onderdeel van.


Hoezo kunst?
Een tentoonstelling ... is een avontuur voor nieuwsgierige blinden. Is het rood, groen of geel, paars of sepia? Vierkant, rond, of plat? 'Kunst heeft een inwendige logica, geen uitwendige’ … De waarden die de mentaliteit, de wereld en de mensen veranderen, daarover gaat het.”  Jan Hoet (Depondt, 2001, pp. 252).

Jan Hoet zegt hier dat iets kunst is, omdat kunst ís. Kunst heeft geen functie, behalve dan dat het een verandering teweeg kan brengen bij de aanschouwer, het toont je iets. Natuurlijk kan dat ook als je de wereld dagelijks ervaart of als je een wandeling langs het strand maakt. Het grote verschil is dat je door het kijken naar kunst geconfronteerd wordt met de gedachte van een ander mens, de kunstenaar. 

Kunst is kunstmatig, komt niet voort uit de natuur, maar is bedacht door de mens. De kunstenaar heeft een idee en geeft dat idee vorm, er is nagedacht over vorm, kleur en compositie. Bij iedere stap in dat proces heeft hij nagedacht over datgene dat het werk zou moeten zeggen. De verschijningsvorm confronteert ons als toeschouwer met dat idee. Het kan ook iets zeggen over de omgeving waar het staat of waar het opgevoerd of uitgebeeld wordt. Kunst communiceert, het zegt iets over de maker zelf, maar ook over jezelf als toeschouwer en je omgeving, de wereld. Kunst kan je beroeren, kan je wakker schudden, walging oproepen, het kan je ook helemaal niets zeggen. 

Het werk Between the lines van Chiharu Shiota toont de complexiteit van de wereld. Het is een metafoor voor onze wereld; wij bevinden ons op verschillende plekken, maar toch zijn we allemaal op een of andere manier verbonden door die rode draadjes. Soms loopt het vast en ontstaat er een kluwen, dan kan het mis gaan. Een draadje kan losraken, maar je kunt altijd weer draadjes aan elkaar knopen, zodat er nieuwe verbindingen ontstaan.

De maatschappij is een complex geheel, waar verschillende grote en kleine groepen onderdeel van uitmaken. Die pluriformiteit maakt kunst gelaagd en staat nooit op zichzelf. Het is van belang te weten wat de context is waaruit een werk is ontstaan. Het leren contextualiseren maakt kunsteducatie waardevol (Vermeersch en Elias, 2015). Kunst is autonoom, staat op zichzelf, maar binnen een bepaalde context. Het moment of de plek waar je geconfronteerd wordt met een werk bepaalt voor een groot deel hoe je het werk ervaart. Je verhoudt je tot die kunst en de plek die het op dat moment inneemt in de maatschappij.

Voor mij staat dit werk symbool voor het zoeken naar verbondenheid. Hoe je het werk interpreteert hangt af van de persoon die naar het werk kijkt. Anderen kunnen een kunstwerk een andere ‘betekenisvolle interpretatie’ geven dan jij of de kunstenaar zelf bedoeld heeft. Die verschillen in interpretatie kunnen een dialoog op gang brengen (Vermeersch en Elias, 2015, pp. 118-120).

Hoe je naar een kunstwerk kijkt wordt bepaald door je eigen culturele context, hoe jij gevormd bent binnen je sociale omgeving. Barend van Heusden (2015) omschrijft dit als de spiegel van het leven; kunst weerspiegelt onze ervaringen, waarop je reflecteert door het inzetten van je verbeelding. Kunst verschaft ons inzichten in onszelf en over anderen, hoe de ander aankijkt tegen de dingen. Door het kijken naar kunst leer je iets over jezelf en anderen. Door je bewust te worden dat anderen een andere kijk hebben op de dingen en dat accepteert is van groot belang voor een open samenleving, die ook nog eens continu aan het veranderen is (Van Heusden, 2015). Kunst kan een aanleiding zijn om meer te weten te komen over die context waarin het werk gemaakt is. De manier waarop wij onze omgeving of cultuur ervaren en interpreteren is afhankelijk van hoe wij zijn opgevoed en wat wij op school leren. Daarbij is het heel interessant om verder te kijken dan alleen je eigen vertrouwde omgeving. Het kijken naar kunst buiten je eigen culturele context kan jezelf verrijken. Hoe kijkt de ander naar de wereld? Hoe zijn wij verbonden tot elkaar? 


Educere, wegleiden uit onwetendheid, opvoeden.
In de wereld zijn, zonder jezelf in het centrum van de wereld te plaatsen.” (Meirieu, 2007).

Voor ik dieper inga op het waarom van kunsteducatie is het belangrijk om te weten wat ik wil met het onderwijzen. Waartoe leiden wij op? Onderwijs zou zich moeten richten op de vrijheid en zelfstandigheid van diegenen die onderwezen worden (Biesta, 2015). Onderwijspedagoog en filosoof Biesta zet in een interview met De Correspondent uiteen wat hij wil overbrengen met zijn boek Het prachtige risico van onderwijs. Prachtig, omdat het open is en de uitkomst niet vastligt. Het is een interactie tussen verschillende mensen, die niet altijd hetzelfde doel nastreven. Onderwijzen heeft als doel mensen te helpen om als volwassenen in de wereld te komen (Biesta, 2015). Waarbij het verlangen zich altijd verhoudt tot de ander. Het gaat dus niet om het verlangen als individu, over maakbaarheid of iets willen in economische zin. Maar je willen verhouden tot de ander, dat is wat Biesta bedoelt met volwassenheid. We zijn doorgeslagen in onze behoefte om alles meetbaar te maken. Dit zie je ook gebeuren in het onderwijs. De school wordt gezien als kennisfabriek, maar op het moment dat je alleen nog maar de focus legt op de resultaten, ontneem je de leerling de kans zich ‘open te zetten voor de wereld’. In het interview verduidelijkt Biesta: “Je sluit een leerling op in zijn leerproces, terwijl je de leerling moet openzetten voor de wereld” (Bohlmeijer, 2018). Het argument dat je leerlingen moet klaarstomen voor de arbeidsmarkt is niet in het belang van de leerling, maar die van het bedrijfsleven zelf. Het doel is juist bij de leerling de wil op te wekken om onderwezen te willen worden, dit zal niet altijd lukken, maar als het lukt zal het geleerde beter beklijven en zal de leerling dit in zijn volwassen leven beter kunnen toepassen. Dat noemt Biesta in navolging van Hannah Arendt de zwakke kracht van onderwijs, al het handelen in het onderwijs houdt altijd een risico in (Biesta, 2015). 

Het onderwijs wordt afgerekend op slagingspercentages en bedrijfsleven en overheid vragen om leerlingen op te leiden voor een bepaald beroep. Maar is dit in het belang van de leerling? Dit zorgt ervoor dat je wellicht een bepaalt pad inslaat met het idee van baanzekerheid, maar wat als het bedrijfsleven plotseling andere vaardigheden nodig heeft? Waar blijf jij dan met je specifieke vaardigheden? Het gaat om kwaliteit van onderwijs en de tijd krijgen om de juiste keuzes te kunnen maken waarmee je zelf uit de voeten kunt. Het is belangrijker dat je je ontwikkelt tot een persoon die weet waar zijn capaciteiten liggen en zo goed mogelijk kan inspelen op wat er speelt in de maatschappij of op de arbeidsmarkt. De zekerheid van een vaste baan is er niet meer en hoe kritischer je kunt denken en je weet te verhouden tot de wereld, hoe sterker je in je schoenen staat. Je moet jezelf continu blijven ontwikkelen en je aan kunnen passen, daarom pleit Douglas Rushkoff in een interview met Future Shocks (2013) juist voor meer geesteswetenschappen en niet minder. 

De geesteswetenschappen, waaronder kunstonderwijs, zijn van groot belang om je te ontwikkelen tot een kritisch burger en je persoonlijke ontwikkeling. 

Martha Nussbaum (2011) zal zich hierbij aansluiten, zij omschrijft ook het belang van een bredere visie op wat wij als samenleving willen. Zij pleit voor een langdurig en breder vakkenpakket. Je zou niet direct moeten kiezen voor alleen een natuurwetenschappelijke of beroepsgerichte richting. Je zorgt er juist voor dat de basis van de leerlingen zodanig is dat zij zich ontwikkelen tot ‘goed geïnformeerde, onafhankelijke en medelevende democratische burgers’ (Nussbaum, 2011, pp. 34-35).

Je moet vanuit een stevige basis je kennis opbouwen. Er is een overvloed aan informatie die door digitalisering voor iedereen beschikbaar is. Hoe uitgebreider je eigen kennispalet is, hoe beter je kunt inschatten wat de waarde van die informatie is. Digitalisering vergroot de kansenongelijkheid, digital divides (Meester, 2018). Erik de Meester benadrukt dat het ‘ouderwets’ opbouwen van kennis misschien niet sexy is, maar dat het wel een goede basis is voor je cognitieve ontwikkeling, het voorkomt kennisongelijkheid en is de meest democratische vorm van onderwijs (Meester, 2018). Door kennis op te bouwen ga je steeds meer weten over een onderwerp en ontwikkel je je langzaam tot expert. Je werkt vanuit een brede basis verder naar een specialisme of expertise. Op het moment dat je je kennis steeds verder uitbreidt kun je voor jezelf ook een betere keuze maken wat voor jou als persoon van belang is. Je kiest dan bewust vanuit je eigen motivatie en niet omdat er op het moment dat jij moet kiezen voor een richting toevallig veel werk in die beroepsgroep is. Het fundament moet gegrond zijn, je moet weten wanneer je welke kennis toe kunt passen. Je zorgt voor een brede basis waarmee leerlingen uit de voeten kunnen en zij in kunnen spelen op alle veranderingen die plaats vinden in de maatschappij. 

Erik de Meester benadert het leren echter wel heel technisch, leren binnen een formele context doe je ook binnen een sociale context. Je maakt deel uit van een groep, een gemeenschap waarbij je samen leert of activiteiten onderneemt en hierdoor ontstaat er een onderlinge connectie. In Het prachtige risico van onderwijs refereert Biesta aan Dewey, die het bij leren expliciet heeft over communiceren. Op het moment dat we communiceren met anderen, onderwezen worden, kan het idee van de wereld dat je eerst had veranderen, hij noemt dit Deconstructief Pragmatisme "... een pragmatisme dat erkent dat het altijd in deconstructie is omdat het enkel kan bestaan in communicatie” (Biesta, 2015, pp. 66).

Dat wil zeggen dat communicatie alleen kan plaats vinden door transformatie, dus er treedt verandering op tijdens het communiceren, dat wil zeggen deconstructie. Als je daar niet voor open staat, sluit je anderen buiten. Je moet bereid zijn je open te stellen voor communicatie of het onderwezen willen worden met het risico dat je anders gaat denken. Wat niet wil zeggen dat je niet je eigen gedachten mag of kunt hebben, maar door communicatie ontstaat er meer begrip voor dat andere idee of die andere filosofie. Je leert je eigen plaats bepalen in de wereld, door je te emanciperen leer je voor jezelf denken in relatie tot de ander. “Leren om gelijke mensen te zijn in een ongelijke maatschappij” (Rancières, 1991, in Biesta, 2015, pp. 142). Je handeling heeft altijd effect op de ander, je kunt dus nooit alleen handelen. Zonder de ander gebeurt er niets. In je relatie tot de ander moet je als educator een balans vinden, je moet zoeken naar wat je wilt overbrengen en aan wie. 

Het onderwijs wordt geteisterd door efficiëntie denken en leerlingen worden opgeleid om hun bijdrage aan de economie te leveren, maar waar blijft de investering in de leerling zijn persoonlijke groei en ontwikkeling? Deze is moeilijker te toetsen ja, maar belangrijk om als persoon te groeien en je staande te houden in de maatschappij in relatie tot anderen. Het opleiden van jonge mensen voor het bedrijfsleven is onzinnig, natuurlijk moet je als volwassenen je bijdrage kunnen leveren en je rol naar voldoening kunnen spelen in de maatschappij, maar als je aan het begin van hun schoolcarrière al de focus legt op één vakgebied of richting leg je de leerling een beperking op. In de eerste plaats is de periode waarop kinderen naar school gaan ook een periode om te ontdekken wie zij zijn en wat ze denken dat ze komen doen op deze wereld. Daar is tijd en ruimte voor nodig. Het onderwijs zou niet tot doel moeten hebben een ‘competente zakelijke technologische elite te creëren’, maar zou moeten streven naar een gelijkheid in levenskansen (Nussbaum, 2011, pp. 38).


Kunsteducatie
Leren over kunst is leren wat je over jezelf nog niet wist. 

“Communication is the making of something in common” (Dewey, in Berding, 2011, pp. 19). Ook Dewey verwijst in zijn Democracy and Education naar Hannah Arendt. Arendt beschrijft hoe we ons in een democratie moeten verhouden tot elkaar. Ze neemt een grote tafel als metafoor voor de wereld. We nemen allemaal plaats aan die tafel en zitten allemaal aan een zijde van die tafel. Iedereen heeft een plek, maar verhoudt zich ook op een of andere manier tot elkaar. Zo is het ook met opvoeden en onderwijzen, we moeten leren hoe we gezamenlijk aan die tafel kunnen plaatsnemen, daarvoor is communicatie essentieel. Als educatie communicatie is en kunst een manier is om te communiceren en een verhaal te vertellen dan kun je door middel van kunst leren een positie in te nemen en de dialoog op gang brengen. 

Binnen het onderwijs, zegt Dewey, staan vakken niet naast elkaar, maar complementeren ze elkaar. Het ene vak staat daarom ook niet boven het andere. De exacte vakken, economie of talen zijn van even groot belang als de kunsten om je als mens volwaardig te kunnen ontwikkelen. Het proces van de ervaring is belangrijker is dan de uitkomst. Het resultaat van onderwijs zou moeten zijn betekenis te geven aan dat wat je leert, dit kan alleen als je een proces doorloopt. In een prestatiegerichte maatschappij zoals de onze gaat dit helaas verloren (Berding, 2011).

Het belang van kunst en in het algemeen de meer vormende vakken in het onderwijs zijn belangrijk voor het verwezenlijken van die rijke betekenis voor kinderen en jongvolwassenen. Het opvoeden en opleiden van mensen tot kritische en zelfbewuste burgers. Vooral door de toenemende digitalisering en technologische ontwikkelingen vinden veranderingen steeds sneller plaats. Informatie komt gemakkelijker en sneller tot ons, daardoor is er nog meer noodzaak om als persoon in ontwikkeling je nog bewuster te zijn van wat je hoort, ziet of leest. Je moet als persoon leren om je eigen plaats binnen die veranderingen in te kunnen nemen. Dit vraagt om een kritische houding naar jezelf, maar ook naar de anderen met wie je samenleeft. 

Kunsteducatie kan daarin een rol spelen. Ieder mens speelt zijn rol in de maatschappij en verhoudt zich tot een ander, persoonlijk of binnen een groep, binnen een wijk, land of de wereld. Een kunstenaar neemt daarbinnen de rol aan van kritische toeschouwer en reageert op die wereld, soms provocerend of om te choqueren. Maar ook om schoonheid te tonen of je te wijzen op iets dat hij of zij met jou als toeschouwer wil delen. Een kunstwerk communiceert en helpt je daardoor om met die andere bril naar de wereld te kijken. Het leert je verplaatsen in de ander. 

Onderwijs is het creëren van een dialoog, een relatievorm waarin alle partijen tot hun recht komen (Meirieu, 2007). Het kijken en beleven van kunst helpt te leren om aandachtig te kijken of luisteren en helpt de leerling voor zichzelf te denken. Kunstenaars en hun werk bewegen zich vaak buiten de norm en zoeken de grenzen op van wat kan en mogelijk is. Een leerling kan leren van kunst, om zelf ook weerstand te bieden, om zo aan hun eigen norm te voldoen en hun eigen weg te vinden. Door kunst kunnen ze hun blik op de wereld vergroten (Meirieu, 2007). Hoofd; denken over de wereld, hart; voelen voor de wereld en handen; het doen, het voelen van de weerstand van het materiaal (Pestalozzi in Meirieu, 2007). Kunstenaars laten zich niet in een keurslijf dwingen. Door verbeelding en fantasie in te zetten als krachtig middel, bevragen ze de realiteit, die van henzelf en die van de toeschouwer. Ze laten je de wereld met andere ogen zien. De kunstenaar kan je inzicht geven in de complexiteit van de wereld (Nussbaum, 2011). 

Kunsteducatie kan bijdragen aan een discussie over hoe wij met elkaar samenleven en wat dat betekent voor mij en voor anderen. Het idee dat onderwijs binnen- of buitenschools een democratisch gegeven is en dus voor iedereen gelijk zou moeten is belangrijk. Daarmee bedoel ik niet dat gelijkheid gelijk staat aan uniformiteit. Er is juist ruimte om je individuele ruimte in te vullen en jezelf te ontwikkelen, maar dit doe je altijd binnen een sociaal-maatschappelijke context. Al onze onderlinge verschillen maken ons allemaal juist meer mens, we zijn samen verschillend. Misschien zit niet iedereen te wachten op die kunst, maar om toch geconfronteerd te worden met die kunst wordt er een reactie teweeggebracht. Kunst biedt weerstand alleen omdat het kunst is (Biesta, 2017). 

In een ideale wereld leidt je mensen op tot kritische, goed geïnformeerde, onafhankelijke empathische burgers. Hierin kunnen de kunsten een belangrijke rol spelen, doordat de kunsten creativiteit en kritisch denken stimuleren en daarmee onafhankelijkheid. Het kijken naar kunst kan helpen je te verplaatsen in de ander. Martha Nussbaum heeft het dan over narratieve verbeelding. Je in het verhaal van een ander verplaatsen en inleven, het ontwikkelen van empathisch vermogen (Nussbaum, 2011). Kunst kan ons een spiegel voorhouden en ons daarmee confronteren. 

Zo is ook het kijken en ervaren van kunst het verwerven van een nieuw perspectief op de wereld. Uitdagingen zijn er genoeg, alleen al het feit dat je je als kunstdocent moet legitimeren voor het geven van je vak. Terwijl het vak een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de brede ontwikkeling van leerlingen. Door te kijken naar kunst word je gewezen op een gedachtegang, een blik op de wereld die voor ons nieuw is. Een kenmerk van de kunsten is dat het op zijn manier vernieuwend kan zijn, verontrustend, mooi, lelijk of juist troostend. Omdat een kunstenaar keuzes maakt in het vormen van zijn werk kan het de toeschouwer helpen om zich te verhouden tot het werk. Waarom heeft de kunstenaar nou juist dit werk gemaakt, waarom binnen deze context? Door te kijken of te maken kun je iets leren over jezelf, het materiaal, de techniek, de wereld. Het is een combinatie van de creatie van de kunstenaar en hoe jij je daartoe verhoudt. Dat onderscheidt kunsteducatie van andere vakken waarbij je bijvoorbeeld een techniek leert of waarbij je je verdiept in geschiedenis. Het is een unieke vertaling van een gedachte van de kunstenaar die het interessant maakt het over kunst te hebben. 


Zoeken naar verbinding
De voorstelling van Marcus Azzini, Allemaal Mensen, laat prachtig zien hoe wij mensen met elkaar omgaan. In de aankondiging van de voorstelling wordt dit treffend omschreven: “Een tijd waarin diegene die het hardst schreeuwt, de meeste aandacht krijgt. Waarin nuance en context lijken te ontbreken. Een tijd waarin mensen worden gereduceerd tot één enkele opvatting. En voor je het weet zit je in een hokje, met een label op je hoofd” (Website Theater Oostpool, 2018). 

Door globalisering en een wijziging in machtsstructuren verandert ook het overwicht van de Westerse manier van kijken. Langzaam komt de realisatie dat Europa niet het centrum is van de wereld. Er is steeds meer aandacht voor kunst en cultuur die niet vanuit de Westerse blik is vormgegeven. Kunst van de kunstenaar die niet in ‘onze’ traditie is grootgebracht, maar vanuit zijn eigen achtergrond ons wil tonen wat voor hem belangrijk is. Nikolaj Cyon laat dit met een krachtig beeld zien door Afrika ondersteboven af te beelden als het centrum van de wereld, waarbij de topografische kaart zo ingedeeld is, als was Afrika nooit gekoloniseerd geweest. Grenzen zijn kunstmatig, bedacht door mensen en afhankelijk van je achtergrond of daar waar je je bevindt worden deze anders ervaren.

Of je nu lesgeeft in een school of je beweegt je in een wijk of in een kunstinstelling, de samenstelling is niet meer homogeen. Klassen zijn niet meer overwegend wit en dat is een realiteit waar niet iedereen goed mee om kan gaan. De wereld is continu in verandering. De manier waarop wij nu naar de wereld kijken en hoe wij ons tot elkaar verhouden is niet meer dezelfde als pakweg 100 jaar geleden. Het gevoel van onzekerheid neemt toe onder invloed van globalisering, de onderlinge samenhang is weg. Het gevoel van onveiligheid neemt toe en de samenleving polariseert meer en meer. 

Het tonen van kunst of werken die niet uit onze eigen culturele traditie komen, kan een manier zijn om kennis en begrip te vergaren over die ander of het onbekende. 

De educator bepaalt welke verhalen hij wil vertellen en helpt daarbij hoe deze verhalen mogelijk uitgelegd kunnen worden. De context waarbinnen je het verhaal verteld is daarbij van belang (Wagner, 2015). Als educator ben jij de persoon die helpt bij het ontrafelen van het verhaal, waarbij niet één waarheid de juiste is. Doordat een beeld ruimte overlaat om je eigen standpunt te bepalen, zijn er meerdere verhalen mogelijk. Je reikt als het ware de handvatten aan waarmee ieder zijn eigen verhaal kan lezen uit een kunstwerk. Zonder waardeoordeel en altijd met respect. Hoe ieder van ons kijkt naar die kunst wordt bepaald door de context waarbinnen jij het werk ervaart, je eigen achtergrond of zelfs de plek en het moment. Of het nu gaat over oude kunst, hedendaagse, moderne of actuele kunst. Je kijkt en ervaart de kunst in het heden en daardoor bepaalt het heden de context waarbinnen je een werk ervaart. 

Voor mij staat bij kunsteducatie de ervaring en de dialoog centraal. Door iets te ervaren kan het lijfelijk iets met je doen en zal dat wat je meemaakt een diepere indruk maken. Ervaren is niet hetzelfde als wanneer je iets leest. Zo kan het fysieke ervaren van de hete zomer van 2018 ons veel meer doen inzien dat klimaatverandering realiteit is. Zo kan het ervaren van kunst voelbaar maken of visualiseren wat de kunstenaar wil zeggen met zijn werk of wat hij belangrijk vindt. Tegelijkertijd kan de manier waarop een werk wordt gevisualiseerd je ook op nieuwe ideeën brengen, je verbeelding prikkelen, omdat het niet een letterlijke vertaling is van een idee. Het is een beeld, dat je zelf kunt interpreteren en invullen. Door je verbeelding toe te laten reflecteer je op datgene wat je ervaart en waarneemt (Van Heusden, 2010). Door te kijken naar kunst, te maken en te reflecteren op kunst kun je je eigen voorkeuren en creativiteit ontwikkelen (Biesta, 2015). Iedereen is op haar of zijn wijze creatief en kunst is een mooie manier om die creativiteit te ontwikkelen. Hannah Arendt omschrijft dit heel treffend; “ieder is op zijn manier uniek, iedereen ervaart het leven vanuit een ander perspectief en heeft daarom een ander iets te bieden als hij zijn ervaringen weet om te zetten in ideeën en deze doorgeeft aan anderen” (Dewey, 2011, pp. 184).


Verwondering


Wat wil ik teweegbrengen bij anderen door het kijken en ervaren van kunst? Ik wil op zoek naar die verwondering van Marc, die ’s morgens de dingen groet, ik wil de verbeelding toelaten en anderen samen met mij de wereld laten ontdekken. De kunsteducator als rondtrekkende verhalenverteller. Kunsteducatie mag binnen-, maar moet zeker ook buitenschools plaatsvinden. Kunst ervaar je niet alleen, maar binnen een sociale en maatschappelijke context. Je kunt het mooi vinden of lelijk, het biedt in ieder geval ruimte voor dialoog. Die dialoog wil ik helpen op gang te brengen als educator. Waar kijken we naar? Wat houdt ons bezig? Door het gesprek aan te gaan kun je jezelf en de ander verrassen. Daarbij vind ik het belangrijk dat we ons bewust zijn van onze positie in de wereld als West-Europeanen. Onze westerse blik is niet dezelfde als die in Afrika, Azië of Zuid-Amerika. We delen een geschiedenis die ons heeft gemaakt tot wie we nu zijn en daarbij moeten we ons bewust zijn van onze rol die wij hebben gespeeld en nog steeds spelen. Er zijn overeenkomsten en verschillen, maar die staan niet vast en alles is altijd in beweging. Culturen hebben elkaar sinds het ontstaan van de mensheid continu beïnvloed. Het gaat om de dialogen tussen culturen (Kimmerle, 2010). Kimmerle haalt hierbij Appiah (2006) aan, die kunst uitlegt als een individuele uiting van cultuur, maar meteen ook iets algemeens zegt over de mens in zijn algemeen (Kimmerle, 2010).

Zoals Chiharu Shiota of het beeld van Jim Jarmush prachtig verbeeld, alles is op een of andere manier verbonden, we worden allemaal beïnvloed en het gaat niet om het hoe, maar over de weg ernaartoe. Niets staat op zichzelf, soms loopt het allemaal niet zoals je verwacht, maar juist in het onverwachte zit het gesprek. Je moet daarom om met Marcus Azzini te spreken “moedig zijn om een dialoog met de ander te beginnen” (Toneelgroep Oostpool, 2018). 



Literatuurlijst

  • Allemaal Mensen - Toneelgroep Oostpool [Persbericht]. (z.d.). Geraadpleegd februari 2019, van https://www.toneelgroepoostpool.nl/2018-2019/allemaal-mensen
  • Bauman, Z. (2012). Vloeibare tijden: leven in een eeuw van onzekerheid. Zoetermeer, Nederland: Klement.
  • Biesta, G. (2010). ‘This is My Truth, Tell Me Yours’. Deconstructive pragmatism as a philosophy for education. Educational Philosophy and Theory, 42(7), 710–727. https://doi.org/10.1111/j.1469-5812.2008.00422.x
  • Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs (4e ed.). Culemborg: Phronese.
  • Biesta, G. J. J. (2017). Door kunst onderwezen willen worden. Kunsteducatie 'naar' Joseph Beuys. Arnhem: ArtEZ Press.
  • Bohlmeijer, L. (2018, 8 september). Lex Bolmeijer in gesprek met Gert Biesta, De Correspondent. Geraadpleegd van https://podcastluisteren.nl/ep/De-Correspondent-Lex-Bohlmeijer-in-gesprek-met-Gert-Biesta
  • Daane, M. (Red.), Depondt, P. (2001). Hoedt u voor de Toverhoedt, uit de bundel Gent, de dubbelzinnige. Amsterdam: Bas Lubberhuizen.
  • Dewey, J., & Berding, J. W. A. (2011). John Dewey over opvoeding, onderwijs en burgerschap: een keuze uit zijn werk. Amsterdam: SWP.
  • Education in present shock, an interview with Douglas Rushkoff. (2013, 3 mei). Geraadpleegd februari 2019, van https://www2.educationfutures.com/blog/2013/05/education-in-present-shock-an-interview-with-douglas-rushkoff/
  • Groenendijk, T., & Heijnen, E. (2018). transdisciplinaire ontwerplabs. Een ontwerponderzoek naar lesmateriaal op het snijvlak van kunst, wetenschap en technologie. Geraadpleegd van https://www.ahk.nl/media/ahk/docs/lectoraat/AHK_KUNSEDU_publicatie_TO_drukbestand_small.pdf
  • Haanstra, F. (2015, 15 december). Wat neemt de leerling mee van kunsteducatie. Cultuur+Educatie, 2015(44), 5–28.
  • Hu, L., & TEDxMaastricht (2017, 30 november). Challenge your normal. Lisa Hu. TedxMaastricht [video]. Geraadpleegd van https://www.youtube.com/watch?v=n9lAyxRmoWI&feature=youtu.be
  • Kimmerle, H. (2010). Afrikaanse filosofie. In H. van Rappard, & M. Leezenberg (Reds.), Wereldfilosofie: wijsgerig denken in verschillende culturen (pp. 193–203). Soest, Nederland: Bakker.
  • Meester, E. (2018, 5 juni). Studio 21CS - Lezing Erik Meester [Video]. Geraadpleegd oktober 201, van https://vimeo.com/278347294
  • Meirieu, P. (2007). De plicht om weerstand te bieden. Culemborg: Phronese.
  • Nussbaum, M. C. (2011). Niet voor de winst : waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Amsterdam: Ambo.
  • Onderwijsfilosofie.nl. (2017, 4 januari). Philippe Meirieu – Pedagogiek, de plicht om weerstand te bieden | onderwijs filosofie [Video]. Geraadpleegd op 25 november 2018, van https://www.onderwijsfilosofie.nl/pedagogiek-de-plicht-om-weerstand-te-bieden/
  • Van Rappard, H., & Leezenberg, M. (2010). Wereldfilosofie: wijsgerig denken in verschillende culturen. Soest, Nederland: Bakker.
  • Van Heusden, B., & Gielen, P. (2015). Arts Education Beyond Art: Teaching Art in Times of Change. Amsterdam: Valiz.
  • Vermeersch, L., & Elias, W. (2015). Arts Education Beyond Art: Teaching Art in Times of Change. The end of the to-do-list. Amsterdam: Valiz.
  • Wagner, E. (2015). Arts Education Beyond Art: Teaching Art in Times of Change. The museum as a place of (self)education. Amsterdam: Valiz.
  • Van Heusden, B., & Rijksuniversiteit Groningen. (2010). Cultuur in de spiegel: naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. Groningen, Nederland: Rijksuniversiteit Groningen.
  • Vuyk, K. (2015, 15 december). Kunst als educatie. Cultuur+Educatie, 2015(44), 29–42.


Dit essay is ook opgemaakt in een PDF-versie: Leren over kunst is leren over jezelf

© Goedele Wellens 2026