GW®Projecten

Alkebu Lan 1260 AH by Nikolaj Cyon

Reizen door te kijken





























Auckland, Nieuw-Zeeland | april 2020

Op een leeg vliegveld in Auckland, Nieuw-Zeeland, wachten we op mijn schoonzus. Ze is vertraagd en we doden de tijd door wat rond te wandelen en de mensen te observeren die door de schuifdeuren de hal binnen komen. Op een groot scherm in de wachtruimte prijzen diverse landen hun uitzonderlijke kwaliteiten aan. Door de meest prachtige beelden te tonen proberen ze ons te verleiden om hun land te komen bezoeken. Gefascineerd kijken we naar tropische eilanden, azuurblauwe stranden en de meest prachtige flora en fauna van de Fiji-eilanden. Het is niet ver, vanaf Nieuw-Zeeland. De verleiding is groot.  Australië komt ook nog voorbij, Indonesië en Japan. Er is nog zoveel te ontdekken. Dan zie ik op het scherm een paar gele klompen op een straat voorbij sjokken. Klak-klak-klak-klak, klossend op een smalle stoep met kinderkopjes. De camera zoemt uit en we zien een man en vrouw in volledig Volendamse klederdracht wandelen binnen een typisch Hollands decor. Voor ons als Nederlanders ziet het er in ieder geval uit als een decor. Natuurlijk weten wij wel dat je in Alkmaar of Volendam die typische huisjes kunt vinden. Of andere herkenbaar Hollandse elementen; trapgevelhuisjes, grote zeilschepen, de zee, tulpen, kaas en coffeeshops mogen natuurlijk niet ontbreken. We voelen ons echter totaal niet vertegenwoordigd door de beelden die getoond worden. We kijken elkaar aan en schieten onbedaarlijk in de lach. Het lange wachten zal ook wel van invloed zijn, maar het is net of we naar een karikatuur van ‘De Nederlander’ aan het kijken zijn. Zou de bezoeker zich bedrogen voelen als ze ons land komen bezoeken? Zouden ze juist blij verrast zijn als ze merken dat Nederland meer diversiteit te bieden heeft dan mensen, die de hele dag haring happend, op klompen lopend, vechtend tegen het water en jointjes rokend hun dagen doorbrengen?











































































































Powers of Ten

Reizen kunnen we nu niet even fysiek, wel kunnen we ons digitaal mee laten voeren naar de verste uithoek op onze planeet. Wanneer je met Google Earth langzaam uitzoomt zie je telkens een ander perspectief, hoe verder je uitzoomt hoe globaler je de wereld bekijkt. Je beeld wordt generalistischer, zoom je vervolgens weer in hoe meer details je ziet. Je gaat meer verschillen opmerken. Hoe meer je van de ander afweet hoe meer nuance je gaat zien in die persoon. In een filmpje uit 1977 van Charles en Ray Eames hebben ze dit in een film weten te vangen. Met de film hebben ze de relativiteit van het universum willen vangen.[vii]






’s-Hertogenbosch, Nederland | juli, 1993

Het is een hete zomer, de stad is uitgestorven en je voelt de hitte van de bakstenen huizen en straten afstralen. Ik ben 17 jaar en woon nog thuis bij mijn ouders. Het hotel bij ons in de straat is gesloten. De eigenaren zijn Joegoslavisch en het is ten tijde van de Joegoslavische oorlogen, de oudste zoon is vertrokken om te gaan vechten tegen de Serviërs. Ik weet nog hoeveel indruk dat op mij maakte en het is me daarom ook zo goed bijgebleven. Het is het pre-internet tijdperk en regelmatig zien we bij ons in de straat toeristen tevergeefs aanbellen bij het hotel. Op die hete zondagmiddag loop ik onze straat in en zie een jonge vrouw, ze zal een paar jaar ouder zijn dan ik, op het stoepje zitten voor het hotel. Ze kijkt me hoopvol aan, maar ik moet haar teleurstellen. Het hotel is gesloten en een alternatief hotel in de stad vinden dat betaalbaar is wordt een probleem. Ik stel voor dat ze bij ons kan overnachten. Na mijn moeder gevraagd te hebben en zij akkoord is, loopt de jonge vrouw opgelucht met mij mee naar huis. Eenmaal boven zie ik het verbaasde gezicht van mijn moeder. Nyah is een jonge zwarte vrouw uit Namibië. Geen idee of ik bewust of onbewust onvermeld heb gelaten dat ze zwart is, maar de reactie van mijn moeder staat me nog helder voor de geest. Ze vertelt me later dat ze zo verbaasd was, omdat ik niks gezegd had. Ik weet wel dat ik het irrelevant vond voor de vraag of we een jonge vrouw, alleen op reis, onderdak zouden aanbieden. Sinds ik me meer bewust ben geworden van de ontkenning in onze samenleving van het aanwezige racisme ben ik dit verhaal in een ander licht gaan zien. Het referentiekader van mijn moeder is de overwegend witte sociale groep waar zij deel van uitmaakt. Nyah paste voor mij op dat moment echter niet in het hokje zwarte vrouw, maar in het hokje vrouw. Ik identificeerde mij met haar als jonge vrouw, waarbij ik zeer onder de indruk was van het feit dat zij in haar eentje op reis was en de wereld aan het verkennen was.

















































































































Weil am Rhein, Duitsland | juli, 2015


We komen aanrijden en meteen zie ik het witte gebouw met die hoekige vormen die overhangen en in elkaar vallen. De zinken daken steken of tegen de witte gepleisterde muren. We zijn in Weil am Rhein en het gebouw is ontworpen door Frank Gehry. In het gebouw zit het Vitra Design Museum en dan denken de meesten, incluis mijzelf, in de eerste plaats aan de designklassiekers van Vitra. In het museum worden tentoonstellingen georganiseerd met een speciale focus op design en architectuur. In de zomer van 2015 bezoeken we de expositie Making Africa, een expositie van hedendaagse Afrikaanse kunstenaars en vormgevers. Tijdens dat bezoek is er één werk dat mij fascineert. Zo op het eerste gezicht zie ik een kaart van het Afrikaanse continent, maar ik twijfel. Ik moet twee keer kijken, en zie nu dat het continent 180° is gedraaid en de grenzen herken ik niet. Door de kleuren en de stijl die de kunstenaar heeft gebruikt ziet de kaart er antiek uit. Het klopt niet wat ik zie, maar waarom niet? Ik blijf maar kijken. De tekst linksonder in de hoek is leesbaar, ze hebben het werk dus niet per ongeluk verkeerd opgehangen. Ik herken Europa en het valt me nu op dat Europa op deze kaart niet in het centrum van de wereld is geplaatst. Dan moet dit het Afrikaanse continent voorstellen. Ik kijk nog eens goed, maar de grenzen die ik op deze kaart zie zijn niet de grenzen die ik ooit heb moeten leren op school. Ik ben nooit een ster geweest in topografie, maar ik weet het zeker. Ik draai mijn hoofd en heb de neiging om met mijn hoofd onder mijn benen door te kijken zodat ik het continent kan bekijken zoals ik gewend ben. Zoals ik het geleerd heb, kun je beter zeggen. Mijn perspectief op de wereld wordt hier letterlijk en figuurlijk op zijn kop gezet. Wat is hier aan de hand?
Welke verhaal zit hierachter?






Reislust

Voor vertrek zorg ik dat alles netjes opgeruimd is. Terugkomen is fijn als je niet gehinderd wordt door basale zaken, zoals het huishouden. Nee, liever blijf ik zo lang als mogelijk in het gevoel hangen in het nu te leven en niet te weten wat de dag van morgen brengt. Ik trek de deur achter me dicht en voel de energie door mijn lijf stromen. Zo ga ik op pad met tegelijkertijd een gezonde spanning voor het onbekende. Het blijft een cliché, maar het gaat niet om de bestemming, maar om de reis.

Door te reizen zet je je zintuigen open, je stuit op situaties die nieuw voor je zijn en daar moet je op reageren. In die zin is reizen een creatief proces. Er gebeurt iets onverwachts en je moet schakelen, nadenken over een oplossing of een alternatief bedenken. Onprettige situaties zullen zich ongetwijfeld aandienen, maar daar denk ik nog even niet aan. Het vraagt om een flexibele geest en een dikke huid. Als je me vraagt wat me trekt in dat reizen? Het leven in het moment en de mensen die je tegenkomt. Ontmoetingen maken je rijker, vullen je hoofd met andere gedachten en geven je een nieuwe blik op de wereld. Het draait even niet om je eigen leven of problemen. Het is een proces, waarbij je soms je vooroordelen opzij moet zetten en soms bevestigd wordt in je ideeën. Hoe verder je reist, hoe vreemder de wereld lijkt. De wereld kan een andere gedaante aannemen in de vorm van het landschap, in de mensen of de taal. Alles lijkt even anders, je hebt er moeite voor moeten doen, maar tijdens de reis word je beloond om uiteindelijk je bestemming te bereiken.




De kleine ontmoetingen en interacties met mensen laten je de wereld vanuit een ander perspectief zien. Het stereotype beeld dat je tijdens de voorbereidingen in je hoofd gevormd hebt ga je gedurende de reis nuanceren. Voor vertrek heb je voor jezelf een voorstelling gevormd van dat wat je denkt te gaan zien. Aan de hand van al die clichés uit de reisboekjes probeer je de spanning voor het onbekende wat te temperen. Dat wat je leest in de boekjes, dat wat je ziet bij reisprogramma’s, zijn uitvergrotingen van de werkelijkheid. De werkelijkheid is vaak anders dan je je had voorgesteld. Je gaat bevooroordeeld op reis, de ervaringen die je gaandeweg opdoet confronteren je met je vooroordelen.[i]

De enige manier om het stereotype beeld te doorbreken, is je openzetten voor het land en de mensen. Paul Salopek is een journalist werkzaam voor National Geographic. Hij is op dit moment aan een meerjarige wandeltocht bezig om de verhalen op te tekenen van de mensen die hij onderweg ontmoet. Te voet, want dat maakt je kwetsbaarder, beter benaderbaar en het geeft je de tijd om in contact te komen met andere mensen.

Salopek is in 2013 begonnen aan zijn Out of Eden Walk van ongeveer 33.796 km. Gestart in Ethiopië in de Afar regio met als doel Kaap Hoorn, het zuidelijkste puntje van Chili, volgt hij de migratieroute die de mensheid bewandeld heeft vanaf het Stenen Tijdperk. Door dit avontuur aan te gaan, wil hij wereldwijd mensen verbinden. Door langzaam en goed te kijken, door aandachtig te luisteren, wil hij het belang benadrukken van het leren door te luisteren naar die verhalen. 

Hij wil mensen aanmoedigen om betekenisvolle dialogen te voeren over landsgrenzen heen, door interculturele uitwisselingen.[ii] Hij deelt die verhalen op zijn website en wil zo het beeld doorbreken dat mensen zich hebben gevormd in het hoofd. Het is een manier om nuance aan te brengen in de manier waarop we elkaar zien. Door al die kleine verhalen wordt het makkelijker je in te leven in de ander. 


De kracht van de verbeelding

Reizen zit er echter op dit moment niet in. Op het moment dat ik dit schrijf is Salopek voor langere tijd neergestreken in het noorden van Myanmar vanwege covid-19. De wereld wordt in de greep gehouden door een virus dat de samenleving voor een groot deel lam legt. Dit heeft economische gevolgen, maar zeker ook sociaal-maatschappelijk. In verschillende samenlevingen zie je grote verschillen tussen bijvoorbeeld een welvarend land als Nederland, dat de klappen wel kan opvangen en landen als India waar mensen van de ene op de andere dag geen inkomen meer hebben. De ongelijkheid komt pijnlijk bloot te liggen. In de V.S. wordt de zwarte bevolking onevenredig hard getroffen. Angst overheerst dat dit polarisatie in de wereld nog verder in de hand werkt. Tegelijkertijd zie je ook dat er pogingen worden ondernomen om anderen te helpen en mensen wat verlichting te bieden. De kunsten zijn misschien geen eerste levensbehoefte, maar op sociale media en via verschillende onlinekanalen zie je diverse initiatieven ontstaan. 

Het geeft te denken of we samen eigenlijk toch niet zonder kunnen. De troost die kunst kan bieden en de initiatieven die ontstaan, laten zien dat kunst ons even kan wegvoeren uit de realiteit.[iii]

Even weg van alles, op reis in ons hoofd door onze zintuigen open te zetten en weg te dromen bij al het moois en spannends dat we zien, horen en ervaren. Zij het op afstand, in een digitale vorm of met een klein beperkt publiek. Een reis afleggen door het kijken naar kunst, door naar het theater te gaan en je onder te dompelen in de wereld die zich voor je afspeelt op het toneel. Het luisteren naar een muziekstuk kan je meevoeren naar onbekende plekken of je weer terugbrengen naar een plek waar je geweest bent. Het lezen van een boek kan je zelfs voor langere tijd deelgenoot maken van een nieuwe wereld. Het kan je nieuwsgierig maken naar die andere wereld. Na het lezen van de roman Vingers van Marsepein van Rascha Peper, werd ik meegevoerd, terug in de tijd naar de 17de eeuw. De beschrijvingen en beelden die de woorden bij mij oproepen zorgen ervoor dat mijn verbeelding met me aan de haal gaat. Nieuwsgierigheid wordt getriggerd en je wilt er meer van weten. In de roman worden preparaten beschreven die de taxidermist Frederik Ruysch op kunstige wijze bereid. Deze preparaten zijn nog altijd te zien in de Kunstkamera in Sint-Petersburg en roepen bij mij de drang op om het werk daadwerkelijk te gaan bekijken. Is het in het echt net zo wonderlijk als in het boek beschreven staat? Wil ik de realiteit wel binnen laten dringen in mijn verbeelding? 

Wat je met je zintuigen waarneemt is echter ook weer een interpretatie van die werkelijkheid. Dat wat je ziet is een weerspiegeling van je gedachten, de verbeelding van de realiteit.[iv]

De natuurkundige en filosoof David Bohm beschrijft dit heel treffend in zijn boek Over Dialoog. Hij heeft het over een netwerkvoorstelling; al je gedachten, inzichten en waarnemingen zijn samengesteld en vormen samen je voorstelling van de werkelijkheid. Mijn idee van de preparaten in het boek hebben ervoor gezorgd dat ik al een beeld heb gevormd van dat wat ik denk te gaan zien. Ik heb in mijn hoofd een beeld gevormd. Het kan zijn dat ik mijn oordeel moet bijstellen, misschien overtreft het mijn verwachtingen. De manier waarop we kijken is ook bepaald door de cultuur en samenleving waarin we opgroeien. We hebben samen een algemeen beeld van hoe iets eruitziet, hoe het gerepresenteerd wordt, maar we zien het allemaal op onze eigen manier. Bohm vindt daarom dat we kritisch moeten blijven kijken om een goede voorstelling te kunnen vormen van dat wat we zien. Je moet met jezelf de dialoog aangaan, dit noemt hij proprioceptie, “dieper doordringen in je eigen vooronderstellingen”.[v] Door tijd te nemen om naar een kunstwerk te kijken kun je je eigen vooronderstellingen onderzoeken. Zoals Salopek de tijd neemt om te luisteren naar de verhalen van de mensen die hij ontmoet is het ook goed de tijd nemen bij het kijken naar kunst.

In het boek Onder Vreemden vertelt filosoof Ruud Welten over hoe reizen een bijdrage heeft geleverd in de manier waarop we de ander zien. Hij haalt in het boek onder andere Edward Said aan die zegt dat we ons er bewust van moeten zijn dat we onze eigen blik projecteren op de ander.[vi] Hij pleit er dan ook voor om meerstemmigheid toe te laten, er zijn meerdere blikken mogelijk. We kunnen niet onbevooroordeeld kijken naar een andere cultuur en ontmoetingen leiden niet vanzelfsprekend tot wederzijds begrip. Wel kunnen we door de ander in zijn gelaagdheid te bekijken de ander recht doen. We moeten niet omgaan met cultuurverschillen, maar de veelzijdigheid ervan erkennen en deze niet terug willen brengen naar de essentie. Voor Said is essentialisme, alles terugbrengen naar de essentie en dat beeld opleggen aan de ander, het grote probleem in de manier waarop we met elkaar communiceren. Het meest recente voorbeeld is wel dat sinds de Coronacrisis mensen met een Aziatisch uiterlijk, gemeden of beschuldigd worden van het  verspreiden van het virus.




Het probleem met identiteit

Dit is een geschreven tekst, je ziet mij niet. Stel je zou mij zien en moeten beschrijven, dan gok ik dat de eerste observatie zal zijn dat je een vrouw ziet. Omschrijf je me dan ook als witte vrouw of vind je dat kleur er niet toe doet? Wat als ik een vrouw van kleur ben, omschrijf je me dan ook alleen als vrouw? Of zou je mij dan omschrijven als zwarte vrouw? Het referentiekader dat jij hebt bepaald in sterke mate hoe je mij zal omschrijven. Is het nodig te weten of ik wit ben of zwart? Ik ben namelijk ook een moeder, heteroseksueel en getrouwd met een man, ik komuit een middenklasse gezin en ben ondernemer. Ook kan ik ontzettend tobben over de kleine en de grote dingen die op mijn pad komen, en heb gelukkig relatief weinig tegenslagen gekend in mijn leven.




Je kunt mij in allerlei verschillende hokjes stoppen, maar ik ben niet in eentje te vangen. Je zou me in stukjes moeten snijden, maar welk onderdeel van mij stop je dan in welk hokje? Waarbij Said het heeft over een polyfonie van stemmen gebruikt Nancy Jouwe het begrip kruispuntdenken. Ontleent aan de term intersectionality van de Amerikaanse juriste Kimberlé Crenschaw (1989), wat wil zeggen dat je je identiteit ontleent aan verschillende assen, zoals ras, gender, sociale klasse. Die assen raken elkaar op bepaalde punten.[viii]

Between the Lines van Chiharu Shiota, verbeeld deze complexiteit. De draden verbeelden ook de relaties die mensen onderling aangaan. De kruisende draden kunnen de overlappende assen voorstellen, maar ook de ontmoetingen met anderen. Een draad kan verknopen, er kan een kluwen ontstaan, dan kan het mis gaan. Een lijn kan losraken, maar je kunt altijd weer draadjes aan elkaar knopen, zodat er nieuwe verbindingen ontstaan. Ieder van ons volgt een rode draad, tegelijkertijd zijn we allemaal op een of andere manier verbonden. Wanneer je door je oogharen kijkt zie je vage rode vegen, de grenzen vervagen en zo vormen de draden een dynamisch en complex geheel. We zijn niet eendimensionaal, maar zijn complexe wezens en niemand is te reduceren tot een categorie. De hokjes kunnen we alleen doorbreken door elkaar te ontmoeten en met elkaar het gesprek aan te gaan. Vooroordelen hebben we allemaal, het kost heel veel moeite en energie om je continu bewust te zijn van al die assen die iemands identiteit bepalen. We moeten identiteit niet zien als een statisch gegeven, waarin we alsnog gaan categoriseren. Het beeld dat we van elkaar hebben moeten we diffuus laten zijn. Dichter en filosoof Eduard Glissant heeft het over het recht als mens om opaak te zijn. In de documentaire van Manthia Diawara One World in Relation (2009) verwoord Glissant:[ix]

“There’s a basic injustice in the worldwide spread of the transparency and the projection of Western thought. Why must we evaluate people on the scale of the transparency of ideas proposed by the West? … As far as I’m concerned, a person has the right to be opaque. That doesn’t stop me from liking that person, it doesn’t stop me from working with him, hanging out with him, etc. A racist is someone who refuses what he doesn’t understand. I can accept what I don’t understand.”

Het is vaak gemakkelijker en overzichtelijker om iemand in een hokje te plaatsen. We doen het allemaal. Dat kan tot misverstanden leiden maar ook tot racisme en buitensluiting van bepaalde groepen. Hoe zorg je dat je je oordeel uitstelt?
Hoe maak je dit bespreekbaar?


De rol van het museum

Het is mijn overtuiging dat je dit kunt bereiken door het kijken en reflecteren op kunst. Zoals het reizen je confronteert met je vooroordelen en aannames, zo kan het kijken naar kunst je ook confronteren met je eigen oordeel. Kunst staat op zichzelf en staat open voor interpretatie. Beeldende kunst geeft je ruimte en tijd om te kijken en je eigen interpretaties te onderzoeken.

Het voordeel van een beeldend werk is dat je er samen met anderen naar kunt kijken en je bevindingen kunt bespreken. De meest logische plek om dit te onderzoeken is een museale omgeving. Als je perspectieven wilt delen door het kijken naar kunst binnen een museale context, moet je je afvragen wat het doel is van het museum. Naast musea voor beeldende- en hedendaagse kunst zijn er veel musea in Nederland die bestaan uit collecties opgebouwd uit verzamelingen. Dit zijn typische kenniscentra, je gaat er heen om iets te leren. Sommige collecties zijn opgebouwd uit objecten afkomstig uit voormalige koloniën. In deze context krijgt het reizen een geheel andere lading. Reizen om te overheersen en land toe te eigenen inclusief de objecten waarvan men dacht dat het van waarde zou kunnen zijn. Hoe om te gaan met deze roofkunst?

In 2015 is er een discussie gestart door Simone Zeefuik en Hodan Warsame onder de naam, Decolonize the Museum, waarbij zij zich vooral richten op etnografische musea. Zij stellen het eurocentrisme ter discussie en proberen een bewustwording in gang te zetten over hoe deze collecties tot stand zijn gekomen. Dit hebben zij gedaan door verschillende interventies te plegen in het Tropenmuseum. Musea moeten niet alleen inzetten op diversiteit binnen hun organisatie, maar goed nadenken over wat ze willen uitdragen en willen vertellen aan hun bezoekers. Een museum kan een plek zijn om te leren, maar in welke context plaats je die kennis? Wat ik als kind ooit op school heb moeten leren, is door voortschrijdend inzicht inmiddels achterhaald en vertelt maar één deel van onze geschiedenis. Musea, maar ook scholen moeten zich daar bewust van zijn.

In het kunsttijdschrift Mister Motley beschrijft Nancy Jouwe in het artikel Sites for Unlearning in the Museum dat we met de kennis van nu onze oude kennis moeten herijken.[x] Het deconstrueren van onze kennis zoals wij die ooit hebben moeten leren. We moeten kritisch zijn op dat wat we leren en dat wat we hebben geleerd opnieuw tegen het licht houden. Kunsthistorische en etnografische musea staan niet buiten de samenleving, maar zijn onderdeel van ons materieel en immaterieel cultureel erfgoed. Waaronder dat deel van onze geschiedenis waar we misschien niet zo trots op zijn. Waar we moeite mee hebben om bespreekbaar te maken.[xi] Musea kunnen daarom niet de ogen sluiten van de context waarin de collecties zijn opgebouwd of ontstaan. Musea zijn zich wel bewust van de noodzaak om een betere representatie te geven van de samenleving maar blijven toch naar binnen gekeerd. Inmiddels zie je dat daarin wel verandering komt. Het is vooral een intern veranderingsproces in de organisaties zelf.[xii] In The Participatory Museum van Nina Simon geeft Simon aan dat het museum nog niet ervaren wordt als een plek voor dialoog, discussies over  maatschappelijke kwesties of het delen van verhalen en ervaringen van bezoekers.[xiii] Educatie kan een belangrijke rol spelen in dit veranderingsproces, maar zolang de focus vooral ligt op publiekswerving en minder op de inhoud en het maatschappelijke discours, zal het een traag proces zijn.


Een plek voor dialoog

Een plek om te ontmoeten, je te verwonderen en in je hoofd op reis te gaan. Door het kijken naar kunst. Musea kunnen een plek zijn waar je samen die reis kunt ondernemen. Zonder ontmoeting geen dialoog, zonder een ontmoeting kun je niets van de ander leren, zonder ontmoeting weet je niet wat de ander bezighoudt. Je kunt niet de kennis die je hebt toetsen aan dat wat de ander weet en jezelf een nieuw inzicht verschaffen. We denken bij kijken al snel aan een louter zintuigelijke activiteit, maar er gebeurt dus veel meer. Door goed te kijken kunnen we onze eigen gedachten bevragen. Hoe meer je kijkt, hoe meer je ziet en hoe meer betrokken je je voelt. Langzaam kijken, jezelf openstellen voor de beelden die je ziet en letterlijk een ander standpunt innemen kan een hele nieuwe wereld voor je openen. Precies daarover gaat het boek Slow Looking van Shari Tishman. Zij betoogd in haar boek dat je door zorgvuldig en goed te kijken je bewust wordt van verschillende interpretaties en details. Je leert tussen perspectieven te wisselen en zo ga je voorbij aan je eerste indruk. Om aandacht te hebben voor alle perspectieven is het belangrijk te vertragen, je niet te laten opjagen maar je bewust te zijn van dat wat je ziet en hoe je je bevindingen formuleert.

Door samen te kijken leren we van elkaar en geven we elkaar de ruimte om je stem te laten horen. Hoe kunnen we dan die perspectieven delen?




Visual Thinking Strategies is een methode ontwikkelt in de jaren '90 door Philip Yenawine en Abigail Housen. Deze wordt in de V.S. al breed ingezet in musea en het onderwijs. Door samen te kijken naar kunst leren deelnemers of leerlingen hun oordeel uitstellen, goed te luisteren, kritisch denken en wordt de woordenschat vergroot.[xiv] De methode vereist geen voorkennis, dat maakt het laagdrempelig en opent mogelijkheden om samen op onderzoek uit te gaan. Niet alleen in musea maar ook  in de klas. De methode leent zich niet alleen voor de kunstklassen, maar ook voor andere disciplines. De leerlingen worden binnen de juiste context betrokken bij het betekenis geven aan beelden die ze samen bekijken.

Samen met een groep ouderen en jongeren heb ik ervaren hoe samen kijken kan bijdragen aan meer begrip voor elkaar. Een 11-jarige die normaal altijd het hoogste woord heeft: “Het viel me op dat we soms wel hetzelfde dachten en soms ook niet. Ik vond het leuk om dit te doen. Ik heb ook best wel veel geleerd.” Of “Ik vond het wel leerzaam en bijzonder. En ik denk ook dat ik nu anders naar dingen ga kijken.”[xv] Anders kijken naar dingen, je verbazen over dat wat de ander ziet. Het is me nu al een paar keer opgevallen. Het geoefende oog ziet veel, maar door samen te kijken zie je meer en ben je verbaasd over de ingang die gekozen wordt.

Het kijken naar kunst is net als reizen een manier om je te verwonderen. De spanning is misschien minder groot dan wanneer je op het vliegtuig stapt en naar een ver oord vliegt. Je kunt je bij het kijken naar kunst echter wel blootgeven aan een andere wereld dan de wereld die je kent. Samen elkaars gedachten delen en onderzoeken hoe de ander zich verhoudt tot jou en de wereld waarin jullie je samen bevinden. Een manier om iedereen een stem te geven.



Bronnen

  • Adriaanse, L. (2017). Van Zenden naar Ontvangen. (Meesterproef).
    Geraadpleegd van https://leoadriaanse.weebly.com/uploads/1/0/6/7/106703541/van_zenden_naar_ontvangen_-_publieksparticipatie_in_regionale_cultuurhistorische_musea.pdf
  • ArtEZ Arnhem. (2020). The Roadmap to Equality in the Art. Conference report 2020. Geraadpleegd van https://studiumgenerale.artez.nl/files/things/01405/TheRoadmaptoE qualityintheArtsReportsmall.pdf
  • Bohm, D. (2019). Over dialoog (3de editie). Utrecht, Nederland: Have, Ten. 
  • Dijksterhuis, A. J. (2020). Wie (niet) reist is gek (13de editie). Amsterdam, Nederland: Prometheus
  • Eames, C. and R. [Vimeo]. (2020). Charles and Ray Eames | Powers of Ten, 1977 [Videobestand]. YouTube. Geraadpleegd van https://youtu.be/0fKBhvDjuy0?si=3GjN5BTvolscVIq-&t=34
  • Jouwe, N. (2019, 29 januari). Sites for unlearning in the museum | Mister Motley. Geraadpleegd op 5 juni 2020, van https://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/sites-unlearning-museum
  • Modest, W., & Lelijveld, R. (2018). Woorden doen ertoe. Wormerveer, Nederland: dit is een uitgave van Tropenmuseum, Afrikamuseum, Museum Volkenkunde, Wereldmuseum
  • Tishman, S. (2018). Slow Looking. Abingdon, Verenigd Koninkrijk: Routledge
  • Wekker, G. (2017). Witte onschuld. Amsterdam, Nederland: Aup
  •  Welten, R. (2014). Onder vreemden (1ste editie). Zoetermeer, Nederland: Klement, Uitgeverij
  • Yenawine, P. (2013). Visual Thinking Strategies (5de editie, Vol. 2018). Cambridge, United States: Harvard Education Press.

Het beeldmateriaal heb ik met toestemming van de makers mogen gebruiken, waarvoor mijn dank aan Joep Jacobsen Nikolaj Jesper Cyon.



Eindnoten

[i] In het boek Wie (niet) reist is gek van Ap Dijksterhuis, psycholoog en fervent reiziger, beschrijft hij dit fenomeen. Hij betoogt hoe reizen je geest flexibeler maakt, vraagt om creativiteit en hoe reizen je confronteert met je eigen vooroordelen. In zijn ervaring met reizen zie ik een parallel met hoe het kijken naar kunst je vooroordelen kan bevragen.

[ii] De reis van Salopek wordt aangehaald in het boek van Shari Tishman, Slow Looking, zij ziet ook een rechtstreeks verband met het reizen en de ervaringen die je opdoet tijdens de ontmoetingen en het samen kijken naar kunst. Er loopt gedurende zijn wandeltocht een educatief programma dat ontwikkeld is i.s.m. Project Zero. Project Zero is een programma van de Harvard Graduate School of Education en zij hebben samen met museum MOMA een kunsteducatief programma ontwikkeld. Hier is o.a. de methode Visual Thinking Strategies uit voortgekomen. Waarbij je door te kijken naar kunst kritisch leert denken en je oordeel leert uitstellen.

[iii] Een website van Lectoraat Autonomie en Openbaarheid in de Kunsten (AOK) (centrum voor onderzoek van de kunstopleidingen van Hogeschool Zuyd in Limburg) toonde hoe de coronacrisis gezorgd heeft voor nieuwe manieren om kunst bij de mensen te krijgen, hoe kunst troost kan bieden: https://kunst-onderzoek.nl/initiatief-en-oproep-voor-bijdragen-corona-kunst-nl/. De website is inmiddels offline. 

[iv] Bohm (2019). Over Dialoog, pp. 99-100.

[v] Bohm (2019). Over Dialoog, p. 250.

[vi] Edward Said (1935-2003) geboren in Palestina, maar woonachtig in het westen heeft een toonaangevend boek geschreven over hoe wij als Europeanen met onze Eurocentrische blik kijken naar het Oosten, Orientalism (1978).

[vii] https://youtu.be/0fKBhvDjuy0?si=3GjN5BTvolscVIq-&t=34

[viii] In januari 2020 vond er een conferentie plaats in Arnhem georganiseerd door o.a. ArtEZ, The Roadmap to Equality in the Arts in The Netherlands, waarbij uitgebreid gesproken werd over intersectionaliteit en hoe hiermee om te gaan, met name in de culturele sector.

[ix] Tijdens het Holland Festival was de documentaire One World in Relation (2009) te zien van Manthia Diawara over Eduard Glissant. Het citaat komt uit een artikel van 2012: Loock, U. (2012, 7 november). Opacity. Geraadpleegd op 5 juni 2020, van https://frieze.com/article/opacity

[x] Nancy Jouwe is werkzaam aan de Willem de Kooning Academie en initiatiefnemer van Framer Framed. Framer Framed is een platform voor kunst en cultuur. De tentoonstellingen die zij organiseren bevinden zich op het snijvlak van hedendaagse kunst, visuele cultuur en politiek. Bij de start van het platform in 2009 werd als doel gesteld de positie van transculturele kunst in Nederlandse kunstinstellingen ter discussie te stellen. In hun educatieve programma's werken zij inmiddels alleen nog maar met Visual Thinking Strategies.

[xi] In haar boek Witte Onschuld schrijft Gloria Wekker o.a. over intersectionaliteit, maar ook hoe we als Nederlandse samenleving de rol die we als kolonisator hebben gespeeld ontkennen. Ons zelfbeeld klopt niet met de realiteit en ontkennen daarmee het aanwezige racisme in onze maatschappij.

[xii] In zijn Meesterproef Van Zenden naar Ontvangen (2017) heeft Leo Adriaanse onderzocht hoe musea kunnen veranderen van kenniscentra in plekken van participatie. 

[xiii] Adriaanse verwijst in zijn meesterproef o.a. naar deze publicatie The Participatory Museum van Nina Simon (2010).

[xiv] Het gebruik van woorden wil ik kort expliciet benoemen, woorden en taal zijn nooit neutraal en deze moet je zorgvuldig kiezen. Bepaalde woorden en uitdrukkingen kunnen juist een stereotypering in de hand werken. Hiervoor verwijs ik graag naar de publicatie Woorden doen ertoe.

[xv] Op 18 februari 2020 heeft er een VTS-sessie plaatsgevonden in de Willem II Kunstruimte in ’s-Hertogenbosch waaraan kinderen uit groep 8 en ouderen mee hebben gewerkt. Voor meer informatie kun je mijn website raadplegen.
© Goedele Wellens 2026